Menu Search

Volledig interview Ranomi Kromowidjojo

Rust

Ik slaap graag op mijn rug en linkerzij. Dat is mijn voorkeurskant, Mijn linker schouder staat iets naar voren, rechter en mijn schouder iets naar achter. Ik ben niet helemaal symmetrisch. Als rechts een hele nacht wordt platgedrukt ga ik daar last van krijgen dus vandaar mijn voorkeurskant links.

Ik probeer elke nacht 8 uur te slapen om fris en energiek wakker te worden. Ook doe ik elke dag een middagslaapje, Die varieert tussen een half uur en twee uur. Dit is sterk afhankelijk van de intensiteit van de trainingsarbeid. In een herstelweek of een rustigere periode slaap ik wel minder tussen de middag. Op woensdagmiddag trainen we niet en ben ik vrij, dan heb ik ook tijd om andere afspraken in te plannen, waarbij het slapen tussen de middag dus ook weleens vervalt. Maar in een etmaal slaap ik zeker tussen de 9 en 11 uur. Ik lig er om 22.30 in en om 7.00 sta ik op.

Rust tijdens de Spelen is best nog een uitdaging. De kamers zijn vaak maar matig verduisterd en het is erg gehorig. Ik neem altijd vuilniszakken mee om mijn ramen mee af te plakken en slap altijd met oordoppen in.

Training

Op maandag, disndag, donderdag en vrijdag trainen we naast ‘s ochtends ‘s middags nog een keer.

De trainingsperiodes zijn opgedeeld in driewekelijkse cycly, waarbij de trainingsarbeid en intensiteit elke week worden opgevoerd. Daarna hebben we een week hersteltraining, om de maand te completeren. Standaard in deze weken zijn de zwaartse trainingen op dinsdag- en donderdagmiddagen. Dat zijn ook de dagen dat ik nooit afspraken inplan, omdat ik mezelf maximale rust wil gunnen. Een zware training is een combinatie van de lengte (dus hoeveel baantjes te trekt) en de intensiteit waarmee je dat doet. Als zwemmer heb je inhoud nodig, ook als je een sprinter bent. Dus de trainingen bestaan ook voor mij heel vaak uit afstand. Wij maken heel veel meters. Als je kijkt naar sprinters bij het schaatsen dan zie je dat die eigenlijk geen lange afstanden trainen. Voor atletiek sprinters geldt hetzelfde. Zwemmen is wat dat betreft een hele specifieke sport. Ik train nog relatief weinig op afstand als je dat vergelijkt met mijn concurrenten in het buitenland. Gemiddeld train ik per week tussen de 35 en 40 kilometer. Sprinttraining spelt zich ook steeds meer af buiten het water, dus met name in de sportschool voor buik- en krachttraining.

Trainingsdag: 7.00 sta ik op, Ik fiets naar het bad de Tongelreep in Eindhoven, waar ik ook woon. 7.55 begint de ‘landtraining’ dus op het droge. Buikspieren, maar ook doen we yoga-oefeingen. Dit doen we tot 8.25 zodat we om 8.30 in het water kunnen liggen. Tot 10.30. 3 dagen per week zit er van 11 tot 12 een krachttraining bij. Daarna ga ik naar huis, meestal eerst even boodschappen doen, daarna eten en rusten. Meestal slaap ik tussen 13 en 15.00 om te herstellen en me op te laden voor de middagtraining. Om 16.30 ga ik weer op de fiets naar het zwembad en train dan weer van 17.00 tot 19.00 uur. Meestal eet ik rond 20.00 en tussen 22.00 en 22.30 ga ik slapen.

Dat middagslaapje stamt uit mijn jeugd. Ik zwem al mijn hele leven. Ik was net 18 toen ik in Eindhoven kwam, nadat ik mijn middelbare school had afgerond. Toen begon ik ook met professioneel zwemmen. Dat slaapje is me wel in het begin soort van aangepraat, ik vond het toen ik jonger was nooit nodig. Ik ben gaan merken dat mijn lichaam het nodig had en ben er nu helemaal aan gewend geraakt. Je lichaam kan de middagtraining gewoon veel beter aan als ik tussen de middag heb geslapen om weer te herstellen van de ochtendtraining en op te laden voor de middag. Als ik een paar uur op de bank ga zitten en bijvoorbeeld een serie kijk, rust je ook uit, maar niet zo goed als dat ik slaap. Uitslapen is voor mij relatief. Toen ik 7 jaar was stond ik elke dag om 5.00 op en lag ik om 6.00 uur in het water. Dus dan leer je ook niet om uit te slapen, Uitslapen zit ook niet in mijn profiel. Ik heb de behoefte ook niet. Ik ben een ochtendmens. Wakker worden op zondag om 8.00 boekje lezen in bed en later op de dag nog even lekker gaan liggen.

Mijn carriere van de rust is behoorlijk ontwikkeld in de loop der jaren. Slaap en rust hebben in de loop der jaren steeds meer prioriteit gekregen. Ik heb de arbeid-rust balans ook echt wel moeten leren. Toen ik naar Eindhoven kwam heb ik echt moeten leren om tussen de trainingen door te gaan slapen. Ik heb ook echt de tijd om te slapen, hoef de deur niet uit. Mijn nachrust wordt daarmee wel iets korter, dus geen 10 uur per nacht.

Ontspanning

Ja! Series kijken op Netflix is zeker ook onder zwemmers een heel populair tijdverdrijf, ook bij mij. Verder houd ik heel erg van lezen, maar in zware trainingsperiodes lees ik 3 bladzijdes en dan ben ik echt moe. Ik heb net het laatste seizoen van House of Cards uitgekeken, wat ik een geweldige serie vindt. Andere zwemmers volgen echt alle series, maar dat doe ik niet. In het weekend wandel ik graag, lekker buiten. Ik ben sowieso graag bezig. In het weekend wil ik herstellen, lekker opruimen, schoonmaken, Ik kan niet stilzitten. Ik lees nu een thriller, vaak op trainingskamp en op wedstrijden lees ik altijd heel veel. E-readers zou praktisch zijn, maar die gebruik ik niet. Ik vind het papieren boek nog altijd zo lekker. Leuk om op Schiphol een boek te kopen, voordat ik het vliegtuig instap.  

Vrije tijd

Een vrije week staat eigenlijk al in de hele jaarplanning, dus mijn vakantieweek staat lang van tevoren vast. Ons seizoen begint in aug/sep en dan werk je toe naar piekmoment in december, vaak is dat een EK of WK Korte Baan. In januari gaan we weer opbouwen richting april, da’s dit jaar de Swim Cup. Binnenkort heb ik een week vakantie, ik ga een paar dagen naar Vlieland. Lekker uitwaaien maar niet ver reizen. Lekker fietsen, wandelen, boek lezen etc. En dan trainen we door tot de Spelen. En in de zomer 3 weken vakantie, dus ik kom echt wel aan mijn ontspanning en rust. Ik kan heel goed een paar weken zonder zwemmen. Ik ga ook niet op zoek naar een zwembad op vakantie, Ik vind het belangrijk om er soms even helemaal afstand van te nemen. Om niet alleen je lichaam, maar ook het batterijtje in je hoofd weer even op te laden.

Techniek

Ik heb nooit geen zin om te trainen. Als dat gebeurt ben ik of word ik ziek. Je hebt een heel duidelijk doel. Je moet per training of per week een target voor jezelf zoeken. Doe ik alleen, niet met mijn coach. We zijn bezig met skills en techniek, in Nederland lopen we ver voorop met aandacht voor techniek, zeker in vergelijk met andere landen. Onderwatercamera’s en dan beeldje-voor-beeldje terugkijken. Het is echt meetbaar of je sneller wordt en dat maakt het zo leuk. Zo ben ik ook de snelste starter geworden van het veld; daar (vanaf het blok + onderwatertechniek) win ik al kostbare tijd op mijn tegenstanders. Het is wel heel wetenschappelijk geworden en dat vind ik wel mooi en interessant. Maar dat is ook hard nodig op een 50 en 100 meter. Ik vind het leuk om vanuit kwalteit te werken, meer dan uit kwantiteit. Mijn lichaam kan ook niet heel veel arbeid aan. Als ik 80 km per week zou zwemmen ga ik daar niet harder van zwemmen, Het is leuk om bewust te zwemmen. In heel veel andere landen zoals Roemenie en China etc is het belangrijk om zoveel mogelijk meters te maken. In de training zijn wij nauwelijks met tijden bezig, maar met uitvoering. Ik wil ook niet weten waar ik sta op een afstand door steeds de stopwatch erbij te pakken. We doen het wel in specifiekere sets (100 meter in 2 delen met 10 seconden rust red.) Maar ik hoef geen pogingen te ondernemen om het wereldrecord aan te vallen in een training ofzo. Tijd is het gevolg van de juiste dingen doen. Als ik het proces goed doe, rolt er in een wedstrijd vanzelf een goeie tijd uit. Op dit niveau verbaas je jezelf ook niet meer over een gezwommen tijd denk ik. Je voelt tijdens de race aan of het hard gaat of niet hard genoeg. Als ik aantik weet ik heel goed of het goed was of niet. We zwemmen heel veel rustig en langzaam op de training op techniek. Achteruit zwemmen maakt ook onderdeel uit van onze training. Maximale snelheid zwemmen train ik eigenlijk nooit. Nooit sneller dan 80 of 85%. Het is vooral veel langzaam zwemmen. In series van minder grote toernooien doe ik dat ook. Mijn energie wil ik sparen. De heats gebruik ik vaak om te oefenen op dingen die ik ook in de finale wil doen, bijv. Vroeger deed ik dat op gevoel en ranking, van plaats je nou maar gewoon, tegenwoordig zwemmen we de heats als races waar je wat aan hebt. Je gaat testen met de start, of het opbouwen van de race en maximaal eindigen. Om learnings mee te nemen in de finale.

Op koers voor Rio

Ik lig heel goed op schema voor RIO. Ik ben echt op een goed niveau en zelf iets voor op planning. Een jaar geleden twijfelden veel mensen of het nog goed zou komen met mij. Maar ik heb altijd in mezelf geloofd. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Ik weet dat 4 of 5 jaar op je top zitten bijna niet meer te doen is. Dus dan liever in Olympische jaren als 2012 en 2016 op je top zitten en daartussen wat minder. Dus eigenlijk staat alles in de schaduw van de Spelen, zelfs EK’s en WK’s. Die magie van de Spelen is zo groot. Terwijl je op een WK precies dezelfde mensen tegenkomt, het bad is even lang, maar ja, het zijn dé Spelen.

Rituelen

Rituelen, vaste patronen. Bijgelovig ben ik niet. Een topsporter moet niet afhankelijk zijn van bijgeloof vind ik. Patronen zijn er zeker wel. Een uur en kwartier van tevoren ben ik in het bad. Altijd. Dan heb ik alle tijd, maar ook niet teveel. Precies afgepast. Mocht er iets gebeuren heb je wel wat marge. Ik begin met de landtraining: buikspieren, warm worden etc. 45 minuten van tevoren ga ik het water in en zwem ik altijd maar heel kort: 400 meter. Die 400 meter is dan 8 keer 50 en dan allemaal op snelheid. We hebben altijd geleerd om minimaal 1 kilometer in te zwemmen, waarvan ik altijd de eerste 600 meter heel rustig zwom. Die 400 werkt voor mij, dan krijg ik het watergevoel. Mijn coach is op dat moment eigenlijk ook niet in beeld, dat doe ik allemaal zelf. Veel zwemmers wel, en willen op tijd inzwemmen. Voor mij hoeft dat niet. Als je dan nog winst wil behalen ben je echt te laat. Er zijn veel zwemmers die dat wel prettig vinden, om te weten hoe snel hun eerste 15meter is ofzo. 400 meter is in 5 minuten klaar. 30 minuten van tevoren trek ik mijn wedstrijdpak aan.

Pak

De regels zijn heel strak en het pak ook. Sinds maart van dit jaar is er een nieuw pak op de markt, maar daar train ik niet in. Het zit zo strak, kost wel 10 minuten om aan te trekken. Het is niet prettig om daar langer in te zwemmen. Voor elke wedstrijd draag ik een nieuw pak, altijd, Dat de druppeltjes eraf glijden, zo min mogelijk weerstand. Geen enkele topzwemmer zwemt in oude pakken. Badmutsen moet wel redelijk nieuw zijn. Fijn om ‘m een keer te hebben opgehad. Meestal trek ik een nieuw pak 1 keer droog aan da tie een beetje mijn lichaamsvorm krijgt. Nieuwe bril is altijd heel fijn.

Opkomst

Ik heb mijn bril niet op als ik naar het startblok loop en zonder koptelefoon. Ik vind het niet prettig om de bril al op te hebben als ik binnenloop. Ik wil de ambiance om me heen goed kunnen zien. De tribunes voor de Olympische Finale zijn zo gaaf. Je bent heel erg gefocust aan de ene kant, Ik kijk niet meer om me heen. Als ik om me heenkijk zit ik wel in een tunnel hoor. Bril kan beslaan als ik naar binnenloop en dat wil ik niet. Muziek luister ik nooit voor de wedstrijd, loop ook nooit met koptelefoon de arena in. Ik luister sowieso heel weinig muziek. Heb ook geen Spotify. Kan house zijn of een DJ of hardcore, soms doe ik dat wel om mezelf op te pompen.

Concurrenten

Mijn grootste rivalen op de 100 meter in Rio zijn twee Australische zusjes, Kate en Bronte Cambell. Op de 50 meter ook trouwens. Op de 100 is er nog niet 1 topfavoriet. Je hebt Sarah Sjostrom en Femke Heemskerk. In 4 jaar tijd is de top niet heel veel harder gaan zwemmen maar wel breder geworden. Er zijn niet veel zwemafstanden waar dat het geval is. Ik heb het meeste natuurlijke aanleg voor de 100m. Is ook echt het koningsnummer. Ik ben geen ras-sprinter. Mijn 2e baan is altijd heel goed, ik open wat trager op de 100.

Idolen

Ik was vroeger fan van Inge de Bruijn en Anky van Grunsven en ik mocht nooit op paardrijles, maar zwemmen was een goede keuze hoor haha. Maar excht idolen had ik niet. Zwemmen vond ik ook weer niet zo boeiend, ik had een paar poster van Inge de Bruijn op mijn kamer. Als kind wilde ik nooit professioneel zwemster worden, dan moest je hard trainen en er alles voor laten. Ik was van plezier maken. Per seizoen werd het steeds serieuzer en uiteindelijk ben ik al 10 jaar lang professioneel zwemster. Met dezelfde toewijding en plezier als 10 jaar geleden.

Passie

Wat zwemmen voor mij zo leuk maakt is dat ik het heerlijk vindt om met mijn hoofd onder water te zitten, lekker drijven. Gevoel van vrijheid. En het feit dat je de beste van de wereld in iets bent geeft een superfijn gevoel. De vrijheid en het zweven vind ik een heel lekker gevoel. Dat is voor mij de kern van mijn liefde voor het zwemmen.

Wat doe ik als ik een belangrijke wedstrijd heb gewonnen? Na het goud op de 100 meter in Londen  heb ik niet gefeest want ik had een dag later de series en de finale van de 50 meter. Ik was geprogrammeerd, media doen, zsm rusten, eten en slapen. De teammanager staat in de mixed zone klaar met een herstelshake, en dan ga ik naar de zwemmersruimte. Wedstrijdpak uit, trainingsbadpak aan en zsm uitzwemmen. Dat is het allerbelangrijkste om meteen te doen. De rest komt daarna wel.

Zwemmersruimte

Het gekke is dat die niet wordt ingedeeld door de organisatie; daar is het meer ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’. Landen pikken snel hun plekjes in. Het is er altijd landje pik; als een soort Koninginnedag en afgezet met lint. Daar moet je dus zelf om vechten.. Als ik goud heb gewonnen ga ik wel even op mijn telefoon kijken of mijn moeder een berichtje sturen, maar anders niet. Social media kijk ik dan niet hoor. Uitzwemmen half uurtje, naar fysio en naar de bus. Hoe ik in slaap kan komen na een finale hangt heel erg af van het tijdstip. In Londen na goud zat ik om 24.00 aan het diner. Zo’n hele dag is echt heel vermoeiend en ben je blij dat je op bed ligt. En als ik nog zo druk ben in mijn hoofd pak ik of een boek of mijn telefoon om even te ontspannen en in mijn hoofd slaapmoe te worden. Ik sta nooit te springen op bed, het is dan gewoon zwaar.

Druk

De druk die ik mezelf opleg dat ik goud moet halen is er ook nu weer, Ik ben de verdedigend olympisch kampioen en wil mijn titels prolongeren, 4 jaar geleden was ik echt bezig met op nummer 1 staan. Andere opties zijn er niet. Nu ben ik bezig met de perfecte race te zwemmen en dus daarmee goud. In Londen won ik 2 keer goud op 50 en 100 meter, maar in beide gevallen waren de races niet goed. Geen Persoonlijk record, start was slecht, finish was slecht van de 100 meter. Toen ik aantikte dacht ik echt van dit is niet genoeg. Evenzo na de finale van de 50, Dan weet ik al straks zie ik mijn coach en dan weet je dat je niet boven jezelf bent uitgestegen. En dat is wel de olymische gedachte. Ik ben gek genoeg niet zo erg bezig met tijd. Iedereen streeft na om het beste uit jezelf te halen. De perfecte race. Ik weet ook niet precies wat het wereldrecord is. Op de 100 is het 52,0 maar niet 0 hoeveel. Op de 50 is het 23,7 maar ik weet ook niet hoeveel 07. Ik zit op 24,05. Het is makkelijk uit te rekenen waar de winst zit. In de bus terug of aan het avondeten krijg ik altijd al de analyse van mijn race in data van de coach. Start, keerpunt, finish etc. Slagfrequentie, de lengte per slag in meters etc. Slagfrequentie x Slaglengte = eindtijd. Dan moet daar zo’n soort tijd uitkomen. Ik ben eigenlijk alleen maar bezig met het proces en niet met het resultaat.

Rituelen en patronen

Iedereen heeft z’n eigen ding. Maar in de voorstart, de mixed zone, zit je in stoeltjes naast elkaar en zie je altijd dezelfden met muziek op bijvoorbeeld. Ikzelf zit altijd een beetje onderuit gezakt en kijk een beetje om me heen. Sommigen gaan altijd tegen je praten of zonderen zich helemaal af. Bij mijn afstanden heb ik ook nooit last van rivaliteit of intimiderend gedrag van tegenstanders ofzo. Geen koude oorlog. Maar daar ben ik ook niet vatbaat voor. Bijvoorbeeld als ik mijn bril en badmuts op de lege stoel naast me leg, dan kan iemand denken dat ik liever niet heb dat iemand daar komt zitten, maar zo werkt dat voor mij niet. Het zijn je concurrenten, maar het zijn niet je vijanden. In het zwemmen zijn geen bitchfights.

Olympische medailles

Mijn olympische medailles liggen afwisselend bij mijn ouders en bij mij thuis. Af en toe moeten ze weer komen opdraven voor een media-optreden bijvoorbeeld. Ze liggen wel in een doosje in een doosje, niet uitgestald in een vitrinekast ofzo.

Estafette

Estafette: andere dynamiek. We hebben al best lang hetzelfde team met Inge en Femke waar we in 2008 al mee wonnen. Marleen is nu gestopt en daar is een nieuwe voor gekomen. Femke neemt altijd het voortouw om als ploeg naar de start te lopen, die wil daar altijd op tijd zijn. Ik ben meestal een van de latere, rustig aan, hebben de tijd. We zorgen wel dat we met z’n vieren naar de voorstart gaan en dat dan altijd de coach nog even het woord tot ons richt. Daar zijn we echt 1 team, zitten we naast elkaar. Er hangt een TV-scherm waar we op kijken, waar we wedstrijden kijken enzo. Even een boks of schouderklopje en dan gaan we. We zijn in Rio zeker niet de favoriet. Dat is Australie met de zusjes Cambell. Inge Dekker komt net terug van borstkanker en is het uiteraard zaak om te kijken waar zij na die heftige periode nu staat. We trainen nauwelijks met elkaar. Een estafette is eigenlijk ook gewoon je eigen ding doen. Er zit in die zin niet veel tactiek in. Je kunt wel varieren in wie start en wie slotzwemmer is uiteraard. Ik zou de snelste altijd als laatste opstellen, de een na snelste als eerste en de nummers 3 en 4 in het midden. Er zijn ook zwemmers die absoluut niet willen starten, of willen eindigen. Ik vind het prettig om te eindigen om het mooie eindslot te geven. Op een estafette heb je 300 meter de tijd om te kijken en de situatie te beoordelen en als laatste zwemmer moet je je voorbereiden dat er alles kan gebeuren.

Stuwing

Percentage die je maakt in snelheid tussen armslag en beenslag. Meer stuwing krijg je uit je armen vanwege de stuwvlakken die het water pakt. Armen zwemmen gaat sneller dan benen zwemmen. Een 50 meter zwem je qua opbouw eigenlijk van 98% naar 100%. In een 100 meter doseer je meer. In een 100 meter moet je echt je benen inhouden op de eerste 50 meter. Daar zwem je eigenlijk het eerste stuk op je armen en komen je benen er pas de 2e 50 bij. Als je heel goed hebt gezwommen voel ik nooit pijn. Dat komt pas als ik minder goed zwem. 3 kicks met benen op 2 armslagen op mijn nummers. Op langere afstanden ligt dat op 2 om 2. Ik zwen 35 tot 40 km per week zwemmen, Vergeleken met Dafne doen we ook veel meer airob werk. Ik ben 52 a 53 seconden bezig. Mijn sprint duurt 24 seconden, die van Dafne Schippers duurt iets minder dan 11 seconden. Daar moet je dus echt wel inhoud voor hebben en daar trainen we dus op.

Ik heb een mega-ambiance en hoge wedstrijdspanning en druk nodig om echt te kunnen pieken. Mensen spreken je aan in de supermarkt of op Twitter dat ik toch wel even goud ga halen in Rio.

In aanloop naar de Spelen ga ik me daar wel voor afzonderen. Maar mensen bedoelen daar natuurlijk het allerbeste mee in de zin van ‘ik hoop dat je heel goed gaat zwemmen’. Soms vind ik het wel lasting om me helemaal op te laden voor minder belangrijke wedstrijden. Beste seizoentijd voor de 100 meter is 53,30 en dat is heel goed. 50 meter nu 24,6 dit seizoen, op zich oke.

Learnings

Finale 100 meter Rio: anders doen dan Londen? Ja: starten, keren en vooral finishen. De finish in Londen was echt heel slecht. Op de 50 ook. Slechte uitvoer, niet met gestrekte arm en hand uitkomen. Maar dat moet je trainen en afdwingen. Ik finishte met een gebogen elleboog en bijna met mijn neus tegen de muur. Toen ik aantikte na de 100 finale dacht ik echt van ahhhh! En dat is zeker wel 0,2 van een seconden, die ik meestal bij de start op mijn tegenstanders win doordat mijn start en eerste meters en onderwatertechniek goed zijn. Doordat je te gretig gaat zwemmen, mis je je ideale slaglengte en daardoor kom je niet goed uit bij de finish. Lastig samenspel: alles perfect doen en gewoom rammen. Dat moet je bij elkaar brengen. In de laatste slagen voel je al dat je niet gaat uitkomen. En in een split-second moet je bepalen of je een extra slag moet maken of dat ik kan uitdrijven. Maar daar trainen we voor.  Op naar goud in Rio!

Bioritme aanpassen

Hoe aan te passen aan het tijdschema in Rio waarbij sommige olympische finales pas na middernacht worden afgewerkt? Mijn dagindeling wordt niet heel anders, maar alles verschuift wel een uur of 3 a 4. Maar ik ben een ochtendmens. Lang opblijven is opzic geen problem, maar uitslapen wel. Ik moet er daarom voor zorgen dat de kamer donker blijft en slaap met oordoppen. In april ben ik tijdens de SwimCup begonnen met het omgooien van dit ritme. Ik voel me elke dag beter worden. De afgelopen tijd heb ik lekker en hard getraind, maar nu wil ik racen. Nu is het tijd voor focus. Trainen en rust gaan voor.